Inkoopbegrippen I

 A - B - C - D - E - F - G - H - I  - J - K - L - M

N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z 

  • Incentives
    Beloning die wordt toegekend aan een leverancier bovenop de van tevoren vastgestelde prijs voor bewezen diensten. Dit kan betrekking hebben op bijvoorbeeld de kwaliteit, levertijd, veiligheid en dergelijke.

  • Incoterms
    Er bestaan dertien Incoterms. Dit zijn in feite 13 verschillende afspraken waaruit leverancier en inkoper kunnen kiezen. In deze Incoterm staat vervolgens vast wie verantwoordelijk is voor opslag, transport, verzekeringen en vanaf wel geografisch punt. Zie voor meer informatie het artikel Incoterms.

  • Inbesteden

    Beslissing om bepaalde leveringen of diensten zelf (binnen de eigen organisatie) te maken, te produceren of uit te voeren.

  • Indirecte goederen of verbruiksgoederen
    Goederen die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van een onderneming maar in essentie weinig te maken hebben met het primaire proces. De engelse benaming voor deze goederen luidt: Maintenance, repair and operating supplies (MRO). Gedacht kan worden aan schoonmaakmiddelen, toiletpapier, kantoorbenodigdheden en dergelijke.

  • Ingangscontrole
    Bij het aflveren van de goederen door de leverancier controleert de inkoper (inspecteur) of de leverancier aan de afgesproken hoeveelheid en kwaliteit heeft voldaan.

  • Initiële inkoopfunctie
    Het onderdeel van de inkoop dat zegt beperkt tot de commerciële aspecten. Het gaat dan voornamelijk om  het begin van het proces waarin de inkooporderspecificatie wordt gespecificeerd en de leverancier wordt geselecteerd en gecontracteerd.

  • Inkoopaandeel
    Het percentage van de kostprijs dat voor de inkoop van goederen en diensten is bestemd. Kijk voor meer informatie op de pagina inkoopfunctie.

  • Inkoopcoalitie
    Het geheel van organisaties welke gezamenlijk inkopen en aanbesteden. 

  • Inkoopeffectiviteit
    Het gaat er hierbij om in hoevere de inkoopafdeling erin slaagt de doelstellingen die gesteld zijn te bereiken. Oftewel kwalitatief.

  • Inkoopefficiency
    Hierbij gaat het erom in hoevere een inkoopafdeling zich heeft gehouden aan de verwachte kosten ten opzichte van de daadwerkelijk kosten. Oftewel, kwantitatief.

  • Inkoopproces
    Het inkoopproces bestaat uit een aantal onderdelen:

    - Inventariseren

    Vaststellen van de daadwerkelijke behoefte en de te volgen procedure, budgetcontrole, eventueel marktonderzoek.

    - Specificeren
    Het opstellen van de offerteaanvraag, het programma van eisen en het conceptcontract.

    - Selecteren
    Aanvragen van offertes, selecteren van de leveranciers en beoordelen van offertes.

    - Contracteren
    (indien toegestaan) Onderhandelen met leveranciers en afsluiten van het contract.

    - Bestellen
    Binnen de overeengekomen condities afroepen of bestellen van de benodigde producten.

    - Bewaken
    Controleren van de individuele bestelling en factuur en bewaken van het contract.

    - Nazorg
    Completeren inkoopdossier, afhandelen klachten en claims, afhandelen meer-/minderwerk, evalueren van: inkoopproces, contract en leveranciersprestatie, opstarten contractherziening.

  • Inkoopstructuur (Concern)
    Bij grote concerns is de inkoopstructuur in te delen in vier verschillende vormen:
    -  Federale inkoopstructuur; de concerninkoopafdeling houdt zich enkel bezig met standarisering van de inkoop. De professionaliteit ligt hoog.
    -  Center-led inkoopstructuur; Het gehele concern heeft een centraal gestuurde zeer professionele inkoop.
    -  Decentrale inkoopstructuur; alle losse onderdelen kopen zelf in en investeren weinig in goede inkoop.
    -  Centrale inkoopstructuur; Inkoop wordt centraal geregeld maar op de traditionele manier. Van optimalisatie is geen sprake en de professionaliteit ligt dan ook laag.

    Voor meer informatie, zie de bijgevoegde afbeelding.

  • Inspanningsverbintenis
    In dit onderdeel van het contractrecht geeft de ene partij aan dat hij zich zal inspannen om een bepaald doel te bereiken. Voorbeelden zijn artsen en advocaten. Zie ook Resultaatsverbintenis.

  • Intercompany inkopen
    Hierbij gaat het om het inkopen van goederen bij zusterondernemingen. Dit kan door de leiding van een organisatie (concern) verplicht worden gesteld om ervoor te zorgen dat niet met de concurrent van de zusteronderneming wordt samengewerkt.

  • Interne detachering
    Een mogelijke invulling van de functionele organisatiestructuur is dat inkopers worden verspreid over de afdelingen om de integratie binnen de onderneming te vergroten. Dit gaat echter vaak gepaard met problemen omdat onduidelijk wordt wiens verantwoordelijkheden waar liggen.

  • Intitiële inkoper
    Degene die verantwoordelijk is voor de inkoop van nieuwe materialen en componenten en die daarnaast contact legt met nieuwe leveranciers.
  • Investeringsgoederen
    Zie: "Kapitaalgoederen"