
Rapport
Inkoopproces thuiszorg
Oktober 2003
Publicatienummer
18
Uitgave
College van toezicht op de zorgverzekeringen
Postbus 324
1110 AH Diemen
Telefoon
(020) 79 78 000
Fax
(020) 79 78 111
E-mail
info@ctz.nl
Internet
www.ctz.nl
Auteurs
Eldert Boersma (onderzoeksleider), Hennie Goorhuis, Erik
Koek, Jaap Lips en Madelon Rooseboom

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Inhoud:
pag.
Samenvatting
1
1.
Inleiding
1
1.a.
Aanleiding
2
1.b.
Doel- en vraagstelling
3
1.c .
Beoordelingskader
5
1.d.
Methode van onderzoek
6
1.e.
Leeswijzer
9
2.
Relatie zorgkantoor - thuiszorginstelling
9
2.a.
Inleiding
9
2.b.
Marktwerking
12
2.c .
Gemeenschappelijke en tegengestelde belangen
13
2.d.
Machtspositie
15
2.e.
Conclusie
17
3.
Voorbereiding
17
3.a.
Inleiding
17
3.b.
Organisatie zorgkantoor
17
3.c .
Inkoopbeleid thuiszorg
18
3.d.
Informatie verzamelen en verwerken
20
3.e.
Conclusie
23
4.
Onderhandelen
23
4.a.
Inleiding
23
4.b.
Inzet onderhandeling
24
4.c .
Onderhandeling
27
4.d.
Resultaat onderhandeling
28
4.e.
Conclusie
31
5.
Monitoren
31
5.a.
Inleiding
31
5.b.
Visie monitorfunctie

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
32
5.c .
Werkwijze monitoring
34
5.d.
Problemen monitoring
35
5.e.
Bijsturing
36
5.f.
Conclusie
39
6.
Conclusie en aanbevelingen
39
6.a.
Conclusies
39
6.a.1.
Relatie zorgkantoor - thuiszorginstelling
40
6.a.2.
Voorbereiding onderhandelingen
40
6.a.3.
Onderhandelingen
41
6.a.4.
Naleving afspraken
42
6.a.5.
Situatie 2003 versus 2000 en modernisering AWBZ
45
6.b.
Aanbevelingen
Bijlage(n)
1.
Activiteiten en functies onderhandelingsproces

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Samenvatting
Het College van toezicht op de zorgverzekeringen (CTZ) heeft
een onderzoek naar de rol van zorgkantoren in de thuiszorg
uitgevoerd. Dit onderzoek moet inzicht geven in de 'state of
the art' van de rol van zorgkantoren bij het inkopen van
thuiszorg.
In januari 2001 heeft het CTZ het onderzoeksrapport
'Rol zorgkantoren in de thuiszorg' uitgebracht (publicatie-
nummer 8).
Het CTZ besloot het onderzoek te herhalen, omdat de
zorgkantoren zich nog moesten omvormen van een
administratiekantoor naar een organisatie die toegerust is om
aan de vraaggerichte sturing van zorg inhoud te geven.
Het onderzoek bij de zorgkantoren en de thuiszorginstellingen
is in de maanden januari tot en met mei 2003 uitgevoerd.
De conclusies van dit onderzoek zijn gebaseerd op een deel-
waarneming. In totaal zijn 32 zorgkantoren bij de uitvoering
van de zorgaanspraak thuiszorg betrokken. Zowel bij dit
vervolgonderzoek als bij het eerste onderzoek zijn tien
zorgkantoren onderzocht.
Om de resultaten van beide onderzoeken met elkaar te kunnen
vergelijken en de verandering in de opstelling van zorg-
kantoren in het onderhandelingsproces te kunnen vaststellen,
zijn zowel vijf 'oude' als vijf 'nieuwe' zorgkantoren bij het
onderzoek betrokken1.
Uit het onderzoek is niet gebleken dat er verschil bestaat
tussen zorgkantoren die ook bij het vorige onderzoek waren
betrokken en zorgkantoren die alleen bij dit onderzoek zijn
betrokken.
1 De 'oude' zorgkantoren zijn ook bij het onderzoek 'Rol zorgkantoren in de thuiszorg' betrokken
en de 'nieuwe' zorgkantoren zijn niet bij dat onderzoek betrokken.
i

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Het uitgangspunt voor de beoordeling van de activiteiten van
zorgkantoren bij het inkopen van thuiszorg ligt in de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Wet
Tarieven Gezondheidszorg (WTG). De bedoeling van de
wetgever is dat zorgkantoren in staat zijn om voldoende en
kwalitatief goede zorg tegen zo laag mogelijke kosten in te
kopen.
Voor het moderniseringstraject AWBZ is tussen het Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het College voor
zorgverzekeringen (CVZ) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN)
een convenant gesloten waarin staat dat zorgkantoren
voldoende zorg moeten inkopen, doelmatig zorgaanbod
moeten contracteren en zorg moeten contracteren die naar
aard aansluit bij de vraag. In 2004 moet dit gerealiseerd zijn.
Onderzoeksvraag 1 Welke relatie bestaat er tussen zorgkantoren en thuiszorg-
instellingen?
De relatie tussen zorgkantoor en thuiszorginstellingen is te
beschrijven als een vertrouwensrelatie.
Deze relatie wordt niet gekenmerkt door competitie tussen de
thuiszorginstellingen om de diversiteit in het zorgaanbod op
het vlak van prijs en kwaliteit én kostenbeheersing te
bewerkstelligen.
Onderzoeksvraag 2 Op welke wijze hebben zorgkantoren de onderhandelingen
voorbereid?
Vanwege beperkte voorbereidingen is een meerderheid van de
zorgkantoren niet goed in staat de onderhandelingen gericht
te sturen. Bij het voorbereiden van de onderhandelingen
richten zorgkantoren zich primair op het voorzien in
voldoende zorg en nog niet op het beheersen van de kosten.
Op dit moment beschikken zorgkantoren over veel informatie
over het benodigde zorgvolume en kunnen zorgkantoren zich
meer gaan richten op kostenbeheersing.
ii

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Onderzoeksvraag 3 Op welke wijze hebben zorgkantoren de onderhandelingen
georganiseerd?
Zorgkantoren hebben niet over alle onderwerpen (volume,
prijs en kwaliteit van thuiszorgproducten en de bestedings-
middelen) onderhandeld.
Alle zorgkantoren onderhandelen wel over het in te kopen
productievolume en een meerderheid van de zorgkantoren
onderhandelt ook over de invulling van bestedingsprojecten.
Daarentegen geven de zorgkantoren, een enkel zorgkantoor
daargelaten, geen invulling aan de onderhandelingen over
prijs en specifieke kwaliteitsaspecten van thuiszorgproducten.
Onderzoeksvraag 4 Op welke wijze gaan zorgkantoren de naleving van de
gemaakte afspraken na en waartoe heeft dit geleid?
Zorgkantoren vinden de toezichthoudende functie voor de
naleving van de afspraken over volume, bestedingsmiddelen,
prijs, kwaliteit, bedrijfscontinuïteit van de thuiszorg-
instellingen en de rechtmatigheid van de besteding van AWBZ-
middelen van belang, maar geven slechts gedeeltelijk invulling
aan deze toezichthoudende taken.
Vergelijk 2000
Uit het onderzoek blijkt dat zorgkantoren ten opzichte van
2003 - convenant
2000 beter in staat zijn te waarborgen dat er voldoende
thuiszorg wordt ingekocht, maar dat zij nog een grote
inspanning moeten leveren om de in het convenant gestelde
doelen te realiseren.
Signalering:
Binnen de modernisering van de AWBZ is marktwerking een
marktwerking
belangrijk instrument om ervoor te zorgen dat instellingen
zich richten op het verbeteren van de kwaliteit van zorg, de
diversiteit van het zorgaanbod en kostenbeheersing.
In de huidige omstandigheden werkt het instrument markt-
werking niet zo als bedoeld. Noodzakelijke voorwaarden
hiervoor ontbreken nog.
Invoering van de functiegerichte bekostiging in de AWBZ biedt
mogelijkheden om te komen tot onderhandelingen. Een
voorwaarde hierbij is dat het nieuwe systeem moet leiden tot
reëel onderhandelbare tarieven.
iii

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Het CTZ vraagt het Ministerie van VWS aandacht te schenken
aan de volgende zaken:
1.
zorgkantoren vervullen diverse rollen waaronder die van
zorginkoper en controleur. Deze rollen kunnen elkaar in
de weg staan, bijvoorbeeld bij monitoring, omdat
zorgaanbieders terughoudend zijn bij het verstrekken van
bedrijfsgevoelige informatie aan de zorginkoper.
Zorgkantoren zijn gebaat bij meer duidelijkheid over
welke rol VWS het belangrijkste vindt: zorginkoper of
controleur;
2.
eventuele bezwaren van de Nederlandse Mededingings-
autoriteit (NMa) tegen verdeling van de markt en vorming
van machtsblokken door het samenbrengen van meerdere
zorgaanbieders in één conglomeraat;
3.
de problematiek van het contracteren van landelijk
werkende thuiszorginstellingen.
Aanbeveling 1:
In het huidige financieringssysteem hebben zorgkantoren
prikkels
geen financiële prikkels om zuinig te zijn.
Het CTZ beveelt het Ministerie van VWS aan rekening
houdend met het publieke karakter van de AWBZ - de
mogelijkheden te onderzoeken prikkels voor zorgkantoren in
te bouwen om kostenbeheersing te stimuleren. Dit zou
bijvoorbeeld kunnen door besparingen, die zijn verkregen
door het contracteren van een lager tarief dan het
maximumtarief, niet bij voorbaat te laten terugvloeien in het
Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
Aanbeveling 2:
Het CTZ vraagt van de zorgkantoren dat zij zich inspannen om
cultuuromslag
een cultuuromslag te maken. Dit betekent dat zorgkantoren
optimaal gebruik moeten gaan maken van de bestaande
mogelijkheden, zoals concurrentie tussen zorgaanbieders en
het inschakelen van nieuwe thuiszorgaanbieders. Ook moeten
zorgkantoren hun macht als grootafnemer meer benutten.
Het feit dat zorgkantoren financieel geen aantoonbaar belang
hebben bij de onderhandelingen mag daarbij geen beletsel
zijn.
iv

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Aanbeveling 3:
Het CTZ vindt dat zorgkantoren het convenant moeten
convenant
naleven. Om de in het convenant genoemde doelen 2004 te
halen, moeten zorgkantoren thuiszorg meer sturen en
beheersen en daarbij een zogenoemde planning en control-
cyclus hanteren.
Het CTZ dringt er bij de zorgkantoren op aan hiermee haast te
maken.
Het CTZ zal de betreffende werkwijzen en uitvoering van
activiteiten van zorgkantoren blijven volgen.
Ten slotte
Geconstateerd is dat er nog onduidelijkheid bestaat over de
reikwijdte van de rol van zorgkantoren bij het monitoren van
de bedrijfsvoering van instellingen en de rechtmatige
besteding van AWBZ-middelen. Hierover moet op korte termijn
duidelijkheid komen.
Het CTZ besteedt in het rapport 'Rechtmatigheid en
bedrijfsrisico's thuiszorginstellingen' specifieke aandacht aan
de problematiek rondom de controle op de besteding van de
AWBZ-middelen en de bedrijfsvoering van zorgaanbieders.
v

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
1. Inleiding
1.a. Aanleiding
Het College van toezicht op de zorgverzekeringen (CTZ) heeft
in zijn werkprogramma voor 2002 een onderzoek naar de rol
van zorgkantoren in de thuiszorg opgenomen.
In januari 2001 heeft het CTZ2 het onderzoeksrapport
'Rol zorgkantoren in de thuiszorg' uitgebracht (publicatie-
nummer 8). In dat rapport heeft het CTZ verslag gedaan van
de wijze waarop zorgkantoren waarborgen dat er voldoende
en kwalitatief goede thuiszorg wordt ingekocht en van de
wijze waarop zij de naleving van de gemaakte afspraken
nagaan.
Het CTZ kwam tot de conclusie dat zorgkantoren dit in 1999
niet konden waarborgen.
Enerzijds was dat zorgkantoren niet aan te rekenen, omdat
wet- en regelgeving, schaarste in het zorgaanbod, personeels-
problematiek bij thuiszorginstellingen en de marktsituatie
zorgkantoren daarbij belemmerden.
Anderzijds was dit zorgkantoren wel aan te rekenen, omdat zij
weinig initiatief toonden en grote moeite hadden inhoud te
geven aan de onderhandelingen met thuiszorginstellingen.
De zorgkantoren bevonden zich op dat moment aan het begin
van de overgangsfase van het moderniseringstraject Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) waarin zij zich moesten
omvormen van een administratiekantoor naar een organisatie
die toegerust is om aan de vraaggerichte sturing van zorg
inhoud te geven3.
Het CTZ besloot het onderzoek te herhalen. Dit vervolg-
onderzoek moet inzicht geven in de 'state of the art' van de rol
van zorgkantoren bij het inkopen van thuiszorg.
2 Destijds was de officiële naam Commissie toezicht uitvoeringsorganisatie (CTU).
3 De modernisering van de AWBZ moet, met behulp van competitie tussen zorginstellingen, leiden
tot diversiteit in het zorgaanbod op het vlak van prijs en kwaliteit én tot kostenbeheersing.
1

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
1.b. Doel- en vraagstelling
Doelstelling
De doelstelling van het onderzoek is het beoordelen van de
wijze waarop zorgkantoren thuiszorg inkopen.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds de wijze
waarop afspraken tot stand komen en anderzijds de wijze
waarop zorgkantoren toezien op de naleving van gemaakte
afspraken.
Vraagstelling
De onderzoeksvragen die op de doelstelling aansluiten luiden:
1. Welke relatie bestaat er tussen zorgkantoren en thuiszorg-
instellingen?
2. Op welke wijze hebben zorgkantoren de onderhandelingen
voorbereid?
3. Op welke wijze hebben zorgkantoren de onderhandelingen
georganiseerd?
4. Op welke wijze gaan zorgkantoren de naleving van de
gemaakte afspraken na en waartoe heeft dit geleid?
Om deze vragen te beantwoorden is onderzocht welke
activiteiten zorgkantoren uitvoeren om invulling te geven aan
de onderhandelingen, welke onderwerpen bij de onder-
handelingen aan de orde komen en in welke sfeer de
onderhandelingen plaatsvinden.
De wijze waarop de activiteiten zijn onderzocht en beoordeeld
is aangegeven in paragraaf 1.c. Beoordelingskader.
Om inzicht te krijgen in de onderwerpen van onderhandeling,
is nagegaan of zorgkantoren aandacht besteden aan het
inkopen van voldoende en kwalitatief goede zorg tegen zo
laag mogelijke kosten4, aan het maken van afspraken over de
lokale component (voorheen zorgvernieuwing genoemd)5 en,
vanwege recente problemen met de bedrijfscontinuïteit van
een aantal thuiszorginstellingen6, aan de bedrijfsvoering van
thuiszorginstellingen.
4 Gebaseerd op: VWS, Vraag aan Bod, 2001; VWS, 4e rapportage Groot project Modernisering
AWBZ, 2003.
5 Zorgvernieuwing wordt door de overheid als mogelijkheid voor uitvoeringsorganen gezien om te
sturen richting doelmatigheid van de zorg(verlening).
6 Zie bijvoorbeeld: CTZ, Onderzoek Stichting Thuiszorg Rotterdam 2003; CTZ, relatie
zorgkantoor/thuiszorginstelling, 2002.
2

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Om de relatie tussen zorgkantoor en thuiszorginstelling te
bepalen zijn de volgende kenmerken onderzocht: opvattingen
over marktwerking, gemeenschappelijke en tegengestelde
belangen en ervaren machtspositie.
De resultaten van het onderzoek geven inzicht in welke
aspecten van het functioneren specifieke aandacht behoeven
voor het verder ontwikkelen van zorgkantoren.
Bovendien is vastgesteld of en welke verandering er is in
vergelijking met de resultaten van het vorige onderzoek7.
1.c. Beoordelingskader
Formele
Het uitgangspunt voor de beoordeling van de activiteiten van
uitgangspunten
zorgkantoren bij het inkopen van thuiszorg ligt in de AWBZ8.
Daarnaast is de Wet Tarieven Gezondheidszorg (WTG) van
belang, omdat deze wet de financieringswijze van verzekerde
zorg bepaalt.
De bedoeling van de wetgever is onder andere om ervoor te
zorgen dat zorgkantoren een onderhandelingspositie hebben
om te komen tot het inkopen van voldoende en kwalitatief
goede zorg tegen zo laag mogelijke kosten. Zorgkantoor en
thuiszorginstelling bekrachtigen vervolgens de gemaakte
afspraken in een overeenkomst (op basis van de uitkomst van
overleg - UVO).
Convenant
Daarnaast geeft het moderniseringtraject AWBZ aan welke
activiteiten zorgkantoren moeten uitvoeren en welke
resultaten zij bij het inkopen van zorg moeten behalen.
Dit is vastgelegd in een convenant tussen het Ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het College voor
zorgverzekeringen (CVZ) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).
Hierin staat dat zorgkantoren voldoende zorg moeten
inkopen, doelmatig zorgaanbod moeten contracteren en zorg
moeten contracteren die naar aard aansluit bij de vraag.
7 CTU, Rol zorgkantoor in de thuiszorg, 2001.
8 Specifiek artikel 6, 1e lid; artikel 42, 1e en 4e lid; artikel 43 en artikel 44 2e lid.
3

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Hiervoor moeten zorgkantoren onder andere productie-
afspraken maken, een adequaat wachtlijstbeheer opzetten en
uitvoeren, een visie op een gewenst zorgaanbod hebben,
instrumenten ontwikkelen om te waarborgen of te controleren
of de gewenste kwaliteit daadwerkelijk wordt geleverd.
Inhoud fasen
Vanuit het hiervoor beschreven wettelijke en beleidsmatige
kader moeten zorgkantoren invulling geven aan de
onderhandeling. Daarbij zijn drie fasen te onderscheiden:
·
Pre-onderhandelingsfase: voorbereiden van de
onderhandelingen.
·
Onderhandelingsfase: in overleg gaan met de thuiszorg-
instellingen en komen tot afspraken over zorg(verlening).
·
Post-onderhandelingsfase: nagaan of gemaakte afspraken
worden nagekomen (en leiden tot het gewenste resultaat),
toezicht houden op de bedrijfscontinuïteit van thuiszorg-
instellingen en op de rechtmatige besteding van AWBZ-
middelen.
Tussen deze fasen bestaat een logische samenhang. Om te
bereiken dat de onderhandeling tot gewenste afspraken leidt,
moet het zorgkantoor de onderhandeling goed voorbereiden
en sturen. Om de gewenste afspraken te effectueren, moet het
zorgkantoor gemaakte afspraken monitoren op naleving.
Het voorbereiden van de onderhandeling betreft daarom het
op orde zijn van de organisatie, het hebben van een beleids-
visie, doelstellingen, een onderhandelingsprocedure en een
contracteerbeleid.
De onderhandeling bevat activiteiten om op inhoud te sturen:
het bepalen van de onderwerpen, het doen van voorstellen, het
reageren op voorstellen, het aanpassen van voorstellen en het
formaliseren van afspraken.
Het nagaan van de gemaakte afspraken betreft het hanteren
van een (gestructureerde) werkwijze en het bijsturen op basis
van gerealiseerde resultaten. De betreffende activiteiten en de
functie daarvan zijn verder geëxpliciteerd in bijlage 1.
4

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Wijze van
Het CTZ beoordeelt de activiteiten die zorgkantoren in de
beoordelen
praktijk hebben uitgevoerd op basis van de criteria zoals in de
vorige paragraaf beschreven. Deze beoordeling wordt
beïnvloed door het feit dat factoren zijn die de activiteiten van
zorgkantoren belemmeren of juist bevorderen. Bij
belemmerende factoren valt bijvoorbeeld te denken aan de
contracteerplicht.
Een voorbeeld die de inkoopmogelijkheden van thuiszorg
bevordert is de toename van het aantal thuiszorginstellingen9.
1.d. Methode van onderzoek
Het onderzoek bij de zorgkantoren en de thuiszorginstellingen
is in de maanden januari tot en met mei 2003 uitgevoerd.
Het onderzoek heeft 2002 en (het eerste kwartaal van) 2003
als referentiejaar. Hierbij zijn zowel de (beleid)voornemens
voor 2003 als de situatie in 2002 betrokken.
Voor wat betreft de controle op en het nagaan van de
gemaakte afspraken is het jaar 2002 het meest recente jaar.
De conclusies van dit onderzoek zijn gebaseerd op een deel-
waarneming. In totaal zijn 32 zorgkantoren (25 kantoor-
adressen) bij de uitvoering van de zorgaanspraak thuiszorg
betrokken. Zowel bij dit vervolgonderzoek als bij het eerste
onderzoek zijn tien zorgkantoren onderzocht. Om de
resultaten van beide onderzoeken met elkaar te kunnen
vergelijken en de verandering in de opstelling van zorg-
kantoren in het onderhandelingsproces te kunnen vaststellen,
zijn zowel vijf 'oude' als vijf 'nieuwe' zorgkantoren bij het
onderzoek betrokken10.
Bij de selectie van de (tien) zorgkantoren zijn onder andere
indicatoren gebruikt als grootte van het zorgkantoor,
geografische spreiding en urbanisatiegraad.
Ook zijn tien thuiszorginstellingen benaderd met het verzoek
aan dit onderzoek mee te werken.
9 Dit komt enerzijds tot stand doordat het onderscheid tussen de AWBZ-sectoren is komen te
vervallen. Hierdoor hebben zorgkantoren meer mogelijkheden voor het inkopen van thuiszorg.
Anderzijds komt dit tot stand doordat er meer thuiszorginstellingen worden toegelaten.
10 De 'oude' zorgkantoren zijn ook bij het onderzoek 'Rol zorgkantoren in de thuiszorg' betrokken
en de 'nieuwe' zorgkantoren zijn niet bij dat onderzoek betrokken.
5

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Het onderzoek is gestart met een literatuurverkenning.
Het empirisch onderzoek bestond uit de volgende stappen:
1. Een schriftelijke enquête bij tien zorgkantoren. Doel daar-
van was een globaal beeld te krijgen over de wijze waarop
zorgkantoren en thuiszorginstellingen onderhandelen.
2. Interviewronden bij tien zorgkantoren. De interviews
hadden tot doel het verdiepen van de verkregen informatie.
Om de verzamelde gegevens te staven is ook een
documentenonderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn aan
de betrokkenen teruggekoppeld.
3. Interviewronden bij tien thuiszorginstellingen. De bezoeken
aan de thuiszorginstellingen hadden als doel beter inzicht
te krijgen in het onderhandelingsproces tussen zorg-
kantoor en thuiszorginstelling. Ook de resultaten van de
interviews zijn aan de betrokkenen teruggekoppeld.
4. Analyse onderzoeksgegevens. De resultaten zijn getoetst
aan het beoordelingskader. Daarnaast zijn zowel de
verschillen en overeenkomsten tussen zorgkantoren
onderzocht als de verschillen met de resultaten van het
vorige onderzoek.
5. Een toetsingsbijeenkomst. Deze bijeenkomst met
vertegenwoordigers van de bij het onderzoek betrokken
zorgkantoren en thuiszorginstellingen vormde de
afronding van het onderzoek. Doel van deze bijeenkomst
was enerzijds de volledigheid en juistheid van de
verzamelde gegevens te waarborgen en anderzijds het
creëren van draagvlak voor de resultaten van het
onderzoek bij betrokkenen en het ontwikkelen van
aanbevelingen.
1.e. Leeswijzer
In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op de relatie
tussen zorgkantoor en thuiszorginstelling (hoofdstuk 2), de
voorbereiding op het onderhandelingsproces (hoofdstuk 3), de
onderhandelingen zelf (hoofdstuk 4), het monitoren van de
gemaakte afspraken (hoofdstuk 5). Hoofdstuk 6 sluit het
rapport af met conclusies en aanbevelingen.
6

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Als bij het onderzoek naar voren is gekomen dat er een
verschil bestaat tussen zorgkantoren die ook bij het vorige
onderzoek waren betrokken en zorgkantoren die alleen bij dit
onderzoek zijn betrokken, is dit verschil specifiek aangeduid.
7

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
8

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
2. Relatie zorgkantoor - thuiszorginstelling
2.a. Inleiding
Zorgkantoren en thuiszorginstellingen kunnen op
verschillende manier inhoud geven aan hun samenwerkings-
relatie.
Zij kunnen dit doen op basis van het opgebouwde vertrouwen,
maar zij kunnen de samenwerking ook baseren op een meer
bedrijfsmatige (zakelijke) houding waarbij competitie tussen
(thuis)zorgaanbieders een belangrijke plaats inneemt.
In de gemoderniseerde AWBZ is competitie tussen zorg-
aanbieders een belangrijke bouwsteen. Competitie tussen
zorgaanbieders moet leiden tot zorg van hoge(re) kwaliteit
met een belangrijke plek voor de kiezende klant en tot
kostenbeheersing.
Dit hoofdstuk moet inzicht geven in de relatie tussen
zorgkantoor en thuiszorginstelling en de mate waarin
zorgkantoren gebruik maken van competitie tussen
zorgaanbieders.
Om inzicht te krijgen in de relatie tussen zorgkantoor en de
thuiszorginstelling, zijn de opvattingen en verwachtingen van
zorgkantoren en thuiszorginstellingen over de rol van zorg-
kantoren bij het inkopen van zorg onderzocht.
Hierbij zijn marktwerking, gemeenschappelijke/tegengestelde
belangen en machtspositie aan de orde gekomen.
2.b. Marktwerking
Zorgkantoren moeten bewerkstelligen dat zij voldoende zorg
inkopen, zodat vraag en aanbod aansluiten met oog voor het
kostenniveau.
Deze taak valt uiteen in twee aspecten: de financiële kant van
de zorg en de inhoudelijke kant van de zorg.
Financieel
Zorgkantoren vinden dat zij bij het inkopen van zorg een
financiële taak hebben.
9

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Zorgkantoren verstaan onder de financiële taak het beoordelen
van het productievolume (begroot en gerealiseerd) en het
beoordelen van projecten in het kader van de bestedings-
middelen11.
Over de rol van zorgkantoren bij de bedrijfsvoering van zorg-
aanbieders bestaat onduidelijkheid.
Deze onduidelijkheid heeft betrekking op de vraag in hoeverre
de bedrijfsvoering van de zorgaanbieder het exclusieve
werkgebied van het betreffende management is en in hoeverre
het zorgkantoor zich daarmee kan en mag bemoeien.
Zorgkantoren willen niet op de stoel van het management van
de zorgaanbieder zitten, maar zij willen ook niet achteraf
geconfronteerd worden met (continuïteits)problemen bij
thuiszorginstellingen.
De meerderheid van de thuiszorginstellingen heeft
aangegeven dat de bemoeienis van het zorgkantoor met de
bedrijfsvoering van de thuiszorginstelling niet te groot moet
zijn. Zij vinden dat de bedrijfsvoering de verantwoordelijkheid
is van het eigen management.
Zorginhoudelijk
De meerderheid van de zorgkantoren vindt dat zij in het
proces van zorgverlening ook een coördinerende zorg-
inhoudelijke taak heeft. Deze zorgkantoren vinden dat zij een
taak hebben bij het in samenwerking met alle betrokken
partijen zoals verzekeraar, zorgaanbieder, consument,
gemeente en provincie - oplossen van knelpunten in de regio.
Het gaat daarbij onder meer om het afstemmen tussen wonen,
welzijn en zorg, het komen tot ketenzorg en dergelijke.
Zorgkantoren beschouwen het als hun verantwoordelijkheid
om dit overleg tot stand te brengen en aan te sturen. Dit wordt
vaak aangeduid als de regiefunctie van het zorgkantoor.
Competitie
De zorgkantoren hebben in het verleden een vertrouwens-
thuiszorg-
relatie met de thuiszorginstellingen opgebouwd.
instellingen
11 Een thuiszorginstelling mag met instemming van het zorgkantoor in 2002 voor maximaal
11,2% van het basisbudget afspraken maken over bijvoorbeeld zorgvernieuwing lokale situatie en
individuele problemen.
10

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
De helft van de zorgkantoren wil door het bestendigen van de
huidige, opgebouwde vertrouwensrelaties met de instellingen
thuiszorg blijven inkopen, met name om lokale problemen bij
de thuiszorgverlening op te lossen.
Hierbij maken zij geen gebruik van competitie tussen
thuiszorginstellingen of geven zij aan geen noodzaak te zien
tot het toelaten van nieuwe thuiszorginstellingen in de regio.
Geen mogelijk-
Drie zorgkantoren zien in geen geval mogelijkheden voor
heden voor
marktwerking 12. Zij noemen daarvoor de volgende redenen:
marktwerking
Ø de voorwaarden voor marktwerking ontbreken op dit
moment: er is geen uniform product (thuiszorg op het
platteland staat niet gelijk aan thuiszorg in verstedelijkte
gebieden), er zijn te weinig aanbieders, de aanwezigheid
van maximumtarieven, een aantal thuiszorginstellingen
heeft een monopoliepositie in de regio verworven;
Ø de marktwerking is slecht voor de (samenwerkings)relatie
met de thuiszorginstellingen en een slechte relatie
bemoeilijkt het verkrijgen van informatie;
Ø de marktwerking leidt tot hogere kosten door minder
efficiëntere samenwerking (geen kostenbeheersing).
Wel mogelijkheden
De andere helft van de zorgkantoren wil bij het inkopen van
voor marktwerking thuiszorg nu en in de toekomst wel gebruik maken van
competitie tussen thuiszorginstellingen om doelmatige
thuiszorg in te kunnen kopen en keuzemogelijkheden voor
cliënten te genereren. Deze optie willen zorgkantoren
gebruiken naast het bestendigen van de reeds bestaande
vertrouwensrelaties. Recente ontwikkelingen geven daar naar
hun mening - ook mogelijkheid toe, zoals:
Ø modernisering van de AWBZ waardoor ook niet thuiszorg-
instellingen thuiszorg mogen verlenen;
Ø toename van het aantal thuiszorgaanbieders (opkomst
landelijk werkende thuiszorginstellingen);
Ø toename van informatie (zoals wachtlijstinformatie);
Ø uitoefening van invloed op de besteding van de AWBZ-
middelen via de zogenaamde bestedingsmiddelen.
12 Ook enkele thuiszorginstellingen zien niets in het instrument marktwerking via onderlinge
competitie.
11

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
2.c. Gemeenschappelijke en tegengestelde
belangen
Zorgkantoren en thuiszorginstellingen geven aan dat er zowel
gemeenschappelijke als tegengestelde belangen bestaan.
Tijdens het onderzoek benadrukten zowel zorgkantoren als
thuiszorginstellingen de gemeenschappelijk belangen als
leidraad bij de inkoopactiviteiten.
Gemeenschappe-
Een meerderheid van de zorgkantoren noemt het leveren van
lijke belangen
kwalitatief goede en voldoende zorg binnen acceptabele tijd
als het belangrijkste gemeenschappelijke belang.
Een aantal zorgkantoren noemt ook het oplossen van
wachtlijsten als belangrijk gemeenschappelijk belang.
Daarnaast zijn de volgende gemeenschappelijke belangen
genoemd: het bewerkstellingen van financiële en personele
continuïteit van de thuiszorginstellingen en het zorgen van
efficiency in de gehele zorgketen.
Het beeld van thuiszorginstellingen komt hier in grote lijnen
mee overeen.
Tegengestelde
Het meest genoemde tegengestelde belang is wie er uit-
belangen
eindelijk beslist over de besteding van de beschikbare AWBZ-
middelen, waaronder de bestedingsmiddelen.
Zorgkantoren willen alleen de noodzakelijk gewenste zorg
financieren, terwijl de thuiszorginstellingen zich richten op
een zo groot mogelijk volume en een zo hoog mogelijk budget
bestedingsmiddelen.
Andere genoemde tegengestelde belangen zijn:
Ø streven naar keuzemogelijkheden in de regio versus
streven naar alleenrecht bij het verstrekken van thuiszorg;
Ø zorgdragen voor zorgverlening in de hele regio versus
optimaliseren van de zorgverlening door het alleen
bedienen van rendabele gebieden door de `krenten uit de
pap te halen';
Ø vooropstellen van de belangen van de AWBZ-zorg versus
zich verantwoordelijk voelen voor alle zorg: AWBZ-zorg en
niet-AWBZ-zorg.
12

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Daarnaast noemen twee thuiszorginstellingen ook de wijze
waarop (en door wie) de extramurale zorg wordt ingevuld een
belangrijk tegengesteld belang.
De thuiszorginstellingen willen deze zorg graag verlenen,
zorgkantoren willen deze zorg ook kunnen gunnen aan andere
aanbieders (bijvoorbeeld verzorgingshuizen die ook extra-
murale zorg leveren).
2.d. Machtspositie
Vier zorgkantoren geven aan dat de machtspositie nauwelijks
een rol speelt bij de onderhandelingen. Deze zorgkantoren
richten zich geheel op hun opgebouwde vertrouwensrelatie
met de thuiszorginstellingen.
Aantal thuiszorg-
Voor de andere zorgkantoren is de machtspositie in grote
instellingen
mate gekoppeld aan afhankelijkheid: hoe meer thuiszorg-
instellingen in de regio aanwezig zijn, hoe meer macht het
zorgkantoor kan uitoefenen op de thuiszorginstellingen.
De helft van de zorgkantoren heeft te maken met vier tot
zeven thuiszorginstellingen in de regio. In deze regio's zijn
vaak enkele instellingen die tot de grote spelers gerekend
kunnen worden.
Vier zorgkantoren hebben te maken met één of twee
thuiszorginstellingen in de regio. Slechts één zorgkantoor
heeft 14 thuiszorginstellingen in de regio.
De machtspositie van de zorgkantoren is beperkt, dat geldt
zowel in regio's waarin maar een beperkt aantal thuiszorg-
instellingen actief is als in regio's waarin een beperkt aantal
grote thuiszorginstellingen de dienst uitmaakt.
Een minderheid van de zorgkantoren geeft aan dat het leveren
van extramurale zorg door verzorgingshuizen (en in de
toekomst sectoroverschrijdende zorg) en het toelaten van
nieuwe instellingen de keuzemogelijkheden om thuiszorg in te
kopen vergroot. Dit verbetert de machtspositie van de zorg-
kantoren ten opzichte van de reguliere thuiszorginstellingen.
13

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Een landelijk werkende thuiszorginstelling heeft aandacht
gevraagd voor de problemen waarmee zij te maken heeft bij
het betreden van de thuiszorgmarkt buiten haar eigen regio.
Landelijk werkende instellingen moeten, overeenkomstig de
richtlijnen van het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG),
via het zorgkantoor, in de regio waar zij gevestigd zijn,
afspraken maken met andere zorgkantoren. Zorgkantoren uit
andere regio's kunnen dus niet rechtstreeks (op basis van hun
eigen beleid) met landelijk werkende thuiszorginstellingen
onderhandelen.
Zorgvraag
Een tweede aspect van afhankelijkheid betreft de grootte van
de zorgvraag in de regio. Bij lange wachtlijsten en wachttijden
wordt de machtspositie van het zorgkantoor zwak. Hoewel de
wachtlijsten voor thuiszorg in een aantal regio's afnemen, is
ook in deze regio's de capaciteit van de thuiszorginstellingen
nog steeds nodig voor het beperken en voorkomen van wacht-
lijsten en wachttijden. Daarnaast geven zorgkantoren aan dat
de ontwikkelingen op het gebied van wachtlijsten en wacht-
tijden nog steeds niet goed ingeschat kunnen worden.
Afwezigheid kennis
Een derde aspect van afhankelijkheid is de afwezigheid van
kennis bij meerdere zorgkantoren over de kostprijsberekening
van thuiszorgproducten en/of de bedrijfsvoering van
thuiszorginstellingen.
CTG-procedures
De machtspositie van zorgkantoren wordt versterkt door de
aanwezigheid van de procedures van het CTG. De thuiszorg-
instelling heeft de handtekening van het zorgkantoor voor
akkoord bij de productieafspraken nodig. In de praktijk
dreigen zorgkantoren af en toe wel met dit machtsmiddel,
maar wordt dit machtsmiddel niet daadwerkelijk ingezet.
Overige factoren
Een enkel zorgkantoor legt een verband tussen de wettelijke
contracteerplicht/maximumtarieven en de beperkte macht van
het zorgkantoor. Doordat zorgkantoren niet akkoord mogen
gaan met tarieven die de maximumtarieven overschrijden,
kunnen zorgkantoren geen gebruik maken van financiële
prikkels om knelpunten op te lossen.
14

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Tot slot noemt één zorgkantoor ook de beperkte financiële
middelen voor de organisatie van het zorgkantoor nog als
negatieve factor voor de eigen machtspositie.
2.e. Conclusie
Uit het onderzoek komt naar voren dat zorgkantoren
momenteel geen of nauwelijks gebruik maken van competitie
tussen zorgaanbieders om diversiteit in het zorgaanbod op het
vlak van prijs en kwaliteit én kostenbeheersing te
bewerkstelligen.
De ene helft van de zorgkantoren is voornemens in de
toekomst meer gebruik te maken van de mogelijkheid zorg in
te kopen op basis van competitie tussen thuiszorgaanbieders.
De andere helft van de zorgkantoren heeft expliciet
aangegeven dat zij bij het inkopen van thuiszorg geen gebruik
willen maken van competitie tussen thuiszorgaanbieders en
zich alleen baseren op de bestaande vertrouwensrelatie met
thuiszorginstellingen.
Dat zorgkantoren amper gebruikmaken van marktwerking op
de thuiszorgmarkt blijkt ook uit de opvattingen van zorg-
kantoren over het uitvoeren van de functie zorginkoop.
Zorgkantoren spreken over het beoordelen van financiële
voorstellen van thuiszorginstellingen en over het coördineren
van het zoeken naar oplossingen bij knelpunten. Competitie
tussen thuiszorgaanbieders, keuzemogelijkheden voor
cliënten en kostenbeheersing zijn daarbij niet genoemd.
Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat de meeste zorgkantoren
in hun regio te maken hebben met een beperkt aantal
thuiszorginstellingen (soms functionerend binnen een grote
zorgketen). In een dergelijke omgeving kunnen instellingen
zich als monopolisten gedragen en kunnen zorgkantoren
amper gebruik maken van competitie tussen
thuiszorgaanbieders.
15

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
16

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
3. Voorbereiding
3.a. Inleiding
Het voorbereiden van onderhandelingen is een voorwaarde om
op bedoelde wijze de onderhandelingsgesprekken te sturen.
In het ideaalplaatje heeft het zorgkantoor de organisatie op
orde, het (inkoop)beleid vormgegeven, een procedure
opgesteld en informatie verzameld en verwerkt.
In de volgende paragrafen komen deze punten achtereen-
volgens aan de orde en in de conclusie wordt aangegeven
welke sturingsmogelijkheden zorgkantoren benutten.
3.b. Organisatie zorgkantoor
Uit de onderzoeksgegevens komt naar voren dat zorgkantoren
bezig zijn met het opzetten van hun organisatie; meerdere
zorgkantoren hebben de afgelopen twee jaar nieuw personeel
aangenomen.
De medewerkers die in overleg treden zijn financieel en/of
zorginhoudelijk onderlegd. Zij worden daarbij ondersteund
door administratief personeel (onder andere voor de
nacalculatie en het verzamelen van productiegegevens) en
door zorginhoudelijk personeel (bijvoorbeeld voor het
screenen van de kwaliteitsverslagen).
3.c. Inkoopbeleid thuiszorg
Doelstelling
Het contracteerbeleid is niet uitgewerkt in te bereiken eind-
resultaten. De helft van de zorgkantoren heeft een doelstelling
verwoord voor het inkopen van zorg.
Deze doelstellingen zijn niet gespecificeerd voor thuiszorg
(producten). De beschrijvingen gaan veelal in op één of meer
van de volgende punten:
Ø voldoen aan zorgvraag/wensen cliënten;
Ø verdeling middelen over het gebied;
Ø kwalitatief goede zorg;
Ø vergroten van doelmatigheid;
Ø vergroten diversiteit zorgaanbod.
17

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Inkoopprocedure
Vier van de tien zorgkantoren hebben een procedure
opgesteld om het inkopen van thuiszorg te structureren. Voor
enkele zorgkantoren bestaat dit uit algemene uitgangspunten
die vanaf 2003 gebruikt worden. De uitgangspunten geven
bijvoorbeeld aan bij wie welke zorg ingekocht moet worden en
onder welke voorwaarden. Daarnaast bestaat de procedure uit
de manier waarop productieafspraken worden gemaakt. Deze
procedures gaan bijvoorbeeld in op de aard en planning van
informatieverstrekking en de overlegsituaties.
De procedures geven vaak geen expliciete aandacht aan de
aspecten van prijs en kwaliteit van de zorg.
Zes van de tien onderzochte zorgkantoren hebben geen
inkoopprocedure opgesteld. Deze zorgkantoren hebben wel
een vaste werkwijze voor het maken van productieafspraken
(in grove lijn: opvragen voorstellen van thuiszorginstellingen,
bekijken/beoordelen van deze voorstellen, overleg houden en
afspraken vastleggen in CTG-formulieren).
Drie van deze zes zorgkantoren zijn van plan de inkoop-
procedure op schrift te stellen.
Geen enkel zorgkantoor maakt gebruik van aanbesteden van
thuiszorg.
3.d. Informatie verzamelen en verwerken
Volume
Zorgkantoren verzamelen en verwerken informatie over het
volume van de in te kopen thuiszorgproducten.
Opvallend is dat in vergelijking met het vorige onderzoek
zorgkantoren nu meer inzicht hebben in de zorgvraag door
beter inzicht in wachtlijstgegevens.
Zes van de tien zorgkantoren beschikken sinds 2002/2003
over een eigen systeem voor het genereren van wachtlijst-
gegevens. Vier zorgkantoren maken nog gebruik van de
landelijke inventarisatie die VWS de afgelopen jaren heeft
uitgevoerd of vragen wachtlijstgegevens op bij instellingen.
Een beperkt aantal zorgkantoren heeft hiernaast een eigen
onderzoek laten uitvoeren om inzicht te krijgen in de
zorgvraag in de regio. Hierbij reikt het onderzoek verder dan
alleen de bestaande wachtlijsten en wordt onder andere
ingegaan op demografische gegevens.
18

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Alle zorgkantoren vragen daarnaast informatie op over de
mogelijk te realiseren productie en vergelijken deze gegevens
met gerealiseerde productie van voorgaande jaren en met
wachtlijstgegevens.
Prijs
Zorgkantoren geven beperkt invulling aan het verzamelen
en/of verwerken van informatie over de prijs van de thuiszorg-
producten. Op een enkele uitzondering na verzamelen zorg-
kantoren geen informatie over de kostprijsopbouw/structuur
van thuiszorgproducten.
Dat hiervoor wel mogelijkheden zijn, laat één zorgkantoor
zien. Dit zorgkantoor verzamelt informatie en maakt deze
informatie bruikbaar voor de onderhandelingen door inzicht te
krijgen in de kostprijsopbouw en kostenstructuur van de
thuiszorgproducten. Hierbij hanteert het zorgkantoor het
uitgangspunt dat een thuiszorginstelling bij een bepaalde
omvang de overheadkosten gedekt heeft. Alle extra uren
omzet (in uren) daarboven rechtvaardigt volgens het
zorgkantoor een lager tarief.
Een ander zorgkantoor laat de betreffende thuiszorginstelling
in de regio een berekeningsmodel ontwikkelen voor de kost-
prijs van de zorgproducten.
Dit is dus nog in ontwikkeling.
Kwaliteit
Zorgkantoren verzamelen wel allerlei informatie over
kwaliteitsaspecten. Maar deze informatie wordt niet verder
verwerkt om te gebruiken bij het onderhandelen over de in te
kopen thuiszorgproducten. Veelal is deze informatie van
belang bij het bespreken en volgen van aandachtspunten met
partijen in het veld.
Bestedingsmiddelen Zes van de tien zorgkantoren vragen actief informatie op over
de projecten die gefinancierd worden uit de beschikbare
bestedingsmiddelen. Hiervan verzamelen drie zorgkantoren
gericht informatie over de projecten door het hanteren van
opgestelde formats.
Deze formats gaan onder andere in op de volgende aspecten:
19

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
·
beleid: de doelstelling, aansluiting van het project op
regionale behoefte, vraaggerichtheid en perspectief van
het project;
·
kosten: de begroting van het project, de kosten van het
project op jaarbasis, begrote en gemaakte kosten van het
afgelopen jaar.
Bedrijfsvoering
De meeste zorgkantoren verzamelen en verwerken ook
informatie over mogelijke financiële problemen van thuiszorg-
instellingen. Dit is echter niet altijd planmatig georganiseerd.
Het opvangen van signalen in het veld tijdens overleg is de
meest gehanteerde weg om hier invulling aan te geven. Voor
alle zorgkantoren is het benchmarkonderzoek dat gehouden is
onder de thuiszorginstellingen wel een informatiebron
waarvan gebruik gemaakt wordt.
Zorgkantoren maken nog weinig gebruik van management-
rapportages van thuiszorginstellingen als informatiebron.
3.e. Conclusie
Zorgkantoren zijn beperkt in staat de onderhandelingen
gericht te sturen, omdat zij niet alle aspecten van de voor-
bereidingen voor de onderhandeling hebben opgepakt en
uitgewerkt.
Ten eerste hebben zorgkantoren de doelstellingen voor het
inkopen van (thuis)zorg niet toetsbaar verwoord.
Ten tweede heeft de meerderheid van de zorgkantoren geen
uitgangspunten voor de inkoopprocedure opgesteld.
Om de onderhandelingen te kunnen sturen moeten zorg-
kantoren eerst toetsbare doelstellingen en uitgangspunten
formuleren. Wel gebruiken alle zorgkantoren het CTG-stramien
om te komen tot productieafspraken.
Ten derde verzamelt en/of verwerkt een meerderheid van de
zorgkantoren geen informatie over de prijs en kwaliteit van
zorgproducten. Wel verzamelen en verwerken alle zorg-
kantoren informatie over het volume van de thuiszorg-
producten.
20

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
In vergelijking met het vorige onderzoek hebben zorgkantoren
nu inzicht in de wachtlijsten. Hierdoor zijn zorgkantoren in
staat gericht te onderhandelen over het volume van thuiszorg-
producten, maar kunnen de meeste zorgkantoren de
onderhandelingen niet sturen voor wat betreft de prijs en
kwaliteit van de thuiszorgproducten.
Ten slotte verwerkt een minderheid van de zorgkantoren de
verzamelde informatie over de projecten die gefinancierd
worden uit bestedingsmiddelen.
Zo ook bestaat er voor het verzamelen en verwerken van
informatie over de bedrijfsvoering van thuiszorginstellingen
geen structurele aandacht. Zorgkantoren geven hier alleen
invulling aan als signalen op mogelijke problemen wijzen.
Het primaire belang van zorgkantoren bij het onderhandelen is
niet zozeer gelegen in het beheersen van de kosten, maar in
het voorzien in voldoende zorg. Dit laatste moet eerst ook
geregeld zijn alvorens zorgkantoren over gaan tot kosten-
beheersing. Op dit moment beschikken zorgkantoren over veel
informatie over het benodigde zorgvolume en kunnen zorg-
kantoren zich nu ook meer gaan richten op kostenbeheersing.
21

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
22

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
4. Onderhandelen
4.a. Inleiding
De onderhandelingen tussen zorgkantoren en thuiszorg-
instellingen moeten leiden tot afspraken die ingaan op
volume, prijs en kwaliteit van de zorgproducten en de wijze
van zorglevering.
De verwachting hierbij is dat zorgkantoren dit proces vanuit
doelmatigheidsoverwegingen proberen te sturen. De
mogelijkheden voor zorgkantoren liggen bij de inzet van de
onderhandeling, de onderhandeling zelf en bij het
formaliseren van de afspraken in schriftelijke documenten.
In de volgende paragrafen komen deze punten achtereen-
volgens aan de orde en in de conclusie wordt aangegeven
welke sturingsmogelijkheden zorgkantoren benutten.
4.b. Inzet onderhandeling
Aanleiding overleg
Zorgkantoren onderhandelen met de thuiszorginstellingen
veelal niet op basis van eigen opgestelde doelstellingen
waarbij thuiszorg ingekocht wordt die beter van kwaliteit,
goedkoper in prijs en/of passender in omvang is dan
voorheen. Zorgkantoren stellen zich reactief op, zij handelen
volgens de vigerende procedures en reageren op lokale
problemen en wensen.
De aanleiding van het overleg voor het maken van productie-
afspraken (volume en prijs) en afspraken over de te financieren
projecten uit bestedingsmiddelen zijn in het algemeen de CTG-
beleidsregels. Deze regels geven aan dat voor een bepaalde
datum de productie- en bestedingsafspraken bij het CTG
aanwezig moeten zijn, ondertekend door beide partijen.
Enkele zorgkantoren geven ook aan dat de begroting van de
thuiszorginstellingen aanleiding voor overleg is.
Het overleg over zorginhoudelijke aspecten vindt voor het
merendeel plaats op basis van te vormen beleid voor onder
andere de modernisering van de AWBZ, wachtlijstproblematiek
en kwaliteitsvoering.
23

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Te bespreken
Sturen via het vastleggen van te bespreken onderwerpen
onderwerpen
berust zowel op actieve als reactieve werkwijze, waarbij
reactief overheerst.
Alle zorgkantoren laten de onderwerpen van gesprek namelijk
enerzijds over aan de op dat moment aan de orde zijnde
problemen en te regelen zaken.
Anderzijds hanteert de helft van de zorgkantoren vaste
agendapunten, dit zijn:
Ø productie thuiszorg;
Ø financiële ontwikkeling/resultaten thuiszorginstelling;
Ø bestedingsafspraken (zorgvernieuwing);
Ø wachtlijsten;
Ø kwaliteit van de zorg(verlening);
Ø beleid (voornemens, ontwikkelingen) van beide partijen;
Ø bedrijfscontinuïteit van de thuiszorginstelling.
Zorginkoop 2002
Voor zes van de tien zorgkantoren bestaat er tussen 2002 en
versus 2003
2003 een verschil in aanpak van zorginkoopactiviteiten.
Zorgkantoren hebben in 2003 meer mogelijkheden om bij het
inkopen van zorg te sturen.
De reden hiervan is dat zorgkantoren beter inzicht in de
zorgvraag hebben doordat zij beschikken over wachtlijst-
gegevens. Twee keer wordt als reden de mogelijkheid van het
inkopen van sectoroverschrijdende zorg (modernisering AWBZ)
genoemd en één keer wordt dit toegeschreven aan de
mogelijkheid die zorgkantoren hebben bij het maken van
afspraken voor bestedingsmiddelen.
4.c. Onderhandeling
1e voorstel
Zorgkantoren geven de sturing bij de onderhandeling in eerste
instantie uit handen. Het zijn veelal de thuiszorginstellingen
die het eerste voorstel over de productieafspraken en de
afspraken over de te financieren projecten uit bestedings-
middelen aanleveren.
De voorstellen van de thuiszorginstellingen gaan in op het
volume per thuiszorgproduct en de totale kosten daarvan.
Er worden geen specifieke voorstellen gedaan over de kwaliteit
van de te leveren thuiszorgproducten.
24

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
De voorstellen over projecten die gefinancierd worden uit de
bestedingsmiddelen betreffen informatie over de inhoud van
de projecten. Hierin kunnen kwaliteit- en doelmatigheids-
aspecten aan de orde komen.
Beoordelen volume
De onderhandeling over het in te kopen volume van thuiszorg-
producten is gebaseerd op een combinatie van de volgende
beoordelingen:
·
trendanalyse van de voorgestelde productie ten opzichte
van de productie voorafgaande jaren, de wachtlijsten en
de capaciteit thuiszorginstelling (personeel);
·
vergelijking van de voorgestelde productie met de
zorgvraag (gerelateerd aan onder andere wachtlijsten).
Negen van de tien onderzochte zorgkantoren voeren een
dergelijke beoordeling uit.
Beoordelen tarief
Eén zorgkantoor beoordeelt ook de hoogte van de tarieven van
de thuiszorgproducten. Dit zorgkantoor vergoedt het
maximumtarief als de thuiszorgorganisatie aanvullende
activiteiten/projecten uitvoert die een meerwaarde hebben
voor de cliënten of medewerkers (bijvoorbeeld mantelzorg,
beleidsmatige inbreng in de regio, bewerken onrendabele
gebieden en opleidingen).
Daarnaast probeert het zorgkantoor een relatie te leggen met
de projecten die afgesproken worden binnen de bestedings-
middelen door de kosten voor beheer in te passen in het tarief
voor de reguliere productie.
Enkele andere zorgkantoren geven aan de hoogte van de
tarieven niet te beoordelen, omdat zorgaanbieders de in
rendabele werkgebieden gerealiseerde exploitatieoverschotten
inzetten in onrendabele gebieden waar een exploitatietekort
wordt gerealiseerd.
En tenslotte zijn zorgkantoren niet geneigd de hoogte van de
tarieven te beoordelen, omdat eventuele besparingen, door het
neerwaarts bijstellen van het (maximum)tarief, wegvloeien
naar de algemene AWBZ-middelen.
25

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Beoordelen
Beoordeling op kwaliteitsaspecten van thuiszorgproducten is,
kwaliteit
met uitzondering van de hiervoor genoemde werkwijze, niet
ingebed in het inkoopproces. Kwaliteit van zorg krijgt van
enkele zorgkantoren bij andere activiteiten wel aandacht door
bijvoorbeeld het aanstellen van kwaliteitsmanagers en het
projectmatig inhoud geven aan kwaliteitsbeleid.
Beoordelen
De onderhandelingen over de bestedingsmiddelen worden
bestedingsmiddelen voor een kleine meerderheid van de zorgkantoren ingegeven
door een beoordeling aan de hand van een richtinggevend
kader van het zorgkantoor. Dit kader gaat bijvoorbeeld in op
het tijdelijk karakter van het project met mogelijkheid tot
structurele inbedding, de mate van innovatie, aansluiting op
thuiszorgproducten, samenloop met de reguliere productie-
afspraken en (reeds gefinancierde) beheersaspecten.
De andere zorgkantoren hanteren globale beleidsuitgangs-
punten of beoordelen niet vooraf.
Discussie
De beoordelingen leiden tot discussies tussen zorgkantoor en
thuiszorginstelling over bijvoorbeeld het wijzigen van het
volume van een bepaald zorgproduct en de mogelijkheden om
een project uit bestedingsmiddelen te financieren. De aandacht
van het zorgkantoor is hierbij vooral gericht op het inkopen van
alleen de noodzakelijke zorg om zodoende de omvang van de
bestedingsmiddelen en het volume aan thuiszorgproducten te
beheersen. De discussie over de bestedingsmiddelen heeft
hierin de overhand. De prijs en kwaliteit van de thuiszorg-
producten zijn in het algemeen geen onderhandelingsitem.
Bij vier zorgkantoren hebben de onderhandelingen tot een
(semi)conflict geleid, omdat deze zorgkantoren de afspraken
vanuit hun eigen beleidsvoering willen sturen die niet
overeenkomt met het beleid van de thuiszorginstellingen.
Deze (semi)conflicten gingen ondermeer over de productie-
afspraken, de hoogte van de kosten van projecten die via
bestedingsmiddelen gefinancierd worden, het maximumtarief
en de kwaliteitsaspecten van zorgverlening. Zo wil een
thuiszorginstelling de volle 11,2% aan bestedingsmiddelen
inzetten, het zorgkantoor gaat daar niet zonder meer mee
akkoord.
26

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
4.d. Resultaat onderhandeling
Aanpassing
Ongeveer de helft van de zorgkantoren stuurt de onder-
voorstellen
handeling dusdanig dat de voorstellen van de thuiszorg-
instellingen op het gebied van volume en bestedingsmiddelen
aangepast worden.
Enkele zorgkantoren die productievoorstellen niet hebben
bijgesteld geven aan dat dit niet noodzakelijk is in verband
met de nacalculatieregels. Immers alleen de werkelijk
realiseerde productie komt voor vergoeding in aanmerking.
Eén zorgkantoor heeft voor één thuiszorginstelling een
maximumtarief naar beneden bijgesteld13.
Gemaakte
Alle zorgkantoren hebben met de thuiszorginstellingen
afspraken
afspraken gemaakt over de te leveren productie, de
(maximum)tarieven en de projecten die gefinancierd worden
met de bestedingsmiddelen. Dit is te relateren aan het feit dat
partijen deze afspraken schriftelijk in een vast format aan het
CTG moeten voorleggen.
Een kleine meerderheid legt deze afspraken ook vast in
notulen en brieven. Een kleine minderheid legt de afspraken
over de bestedingsprojecten in projectoverzichten vast.
Eén zorgkantoor heeft bestedingsafspraken geformaliseerd in
een overeenkomst.
De afspraken over het volume en de prijs van de te leveren
thuiszorgproducten betreffen het aantal producten en het
maximumtarief per product.
De afspraken over projecten in het kader van de bestedings-
middelen betreffen met name de hoogte van het te financieren
bedrag.
13 De maximumtarieven gelden zowel voor zorgverlening in aanleunwoningen als voor
zorgverlening in de zogenaamde onrendabele gebieden.
Het zorgkantoor kan de tarieven voor zorgverlening in de aanleunwoningen bijvoorbeeld wel
neerwaarts bijstellen, maar de tarieven voor zorgverlening op bijvoorbeeld de Waddeneilanden
niet verhogen.
27

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Geen van de zorgkantoren heeft over de kwaliteit van de te
leveren thuiszorgproducten specifieke afspraken gemaakt met
thuiszorginstellingen14.
Hetzelfde geldt in grote lijn ook voor het maken van afspraken
over het volgen van de bedrijfscontinuïteit van de instellingen.
Verschillen
Met voornamelijk de reguliere, grote thuiszorginstellingen
worden afspraken gemaakt over alle via de AWBZ geregelde
thuiszorgproducten.
Met de kleine, nieuwe thuiszorginstellingen worden veelal
afspraken gemaakt over thuiszorgproducten die in bepaalde
regio's door de reguliere thuiszorginstellingen niet volledig
geleverd kunnen worden.
4.e. Conclusie
Onderhandelen
Geconcludeerd wordt dat alle zorgkantoren onderhandelen
over het in te kopen volume van thuiszorgproducten en een
meerderheid van de zorgkantoren onderhandelt over de
invulling van bestedingsprojecten.
Hierbij richten zorgkantoren zich op het inkopen van
noodzakelijke zorg en gaat het zorgkantoor niet automatisch
akkoord met landelijk vastgestelde bestedingsgrenzen en/of
mogelijk in te zetten capaciteit.
Dit is in overeenstemming met het tegengestelde belang
tussen zorgkantoren en thuiszorginstellingen over het volume
en de bestedingsmiddelen.
Zorgkantoren geven, een enkele uitzondering daargelaten,
geen invulling aan onderhandelingen over prijs en kwaliteit
van de thuiszorgproducten.
Dit komt overeen met de bevindingen uit het vorige hoofdstuk
waarin is geconcludeerd dat zorgkantoren niet in staat zijn om
te onderhandelen over de kwaliteit, prijs en bestedings-
projecten, omdat zij daar slechts beperkt informatie over
verzamelen.
14 Naar aanleiding van de gerechtelijke uitspraak over de eigen bijdragen in relatie tot kwaliteit
van de zorgverlening hebben verschillende zorgkantoren zich voorgenomen inhoud te geven aan
het kwaliteitsbeleid.
28

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
De reden waarom sommige zorgkantoren het tarief niet
beoordelen is ten eerste dat de beschikbare middelen worden
verdeeld over rendabele én onrendabele gebieden binnen de
regio en ten tweede dat eventuele besparing wegvloeit naar de
algemene AWBZ-middelen.
De onderhandelingen komen niet tot stand door het
vergelijken van aanbiedingen van verschillende partijen en de
hiermee te behalen doelmatigheidswinst in de zin van een
hogere of meer diversiteit in de kwaliteit van zorg of een
lagere prijs voor zorgverlening, maar op basis van een
individuele beoordeling van voorstellen van de thuiszorg-
instellingen. Deze manier van onderhandelen komt overeen
met de conclusie uit hoofdstuk 2 die aangeeft dat zorg-
kantoren onderhandelen op basis van een opgebouwde
vertrouwensrelatie en daarbij (nog) geen gebruik maken van
competitie tussen zorgaanbieders.
De inzet en de uitvoering van de onderhandelingen kunnen in
het algemeen als reactief worden getypeerd. Dit blijkt ten
eerste uit het feit dat onderhandelingen gestart worden door
thuiszorginstellingen die voorstellen aanleveren waarop
zorgkantoren reageren met een beoordeling. Ten tweede blijkt
dit uit het feit dat zorgkantoren zich laten leiden door CTG-
procedures bij het uitvoeren van activiteiten. En ten derde
blijkt dit uit het feit dat gespreksonderwerpen vaak tot stand
komen op basis van problemen.
29

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
30

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
5. Monitoren
5.a. Inleiding
Door monitoren geven zorgkantoren inhoud aan de
toezichthoudende taak. De mogelijkheden van zorgkantoren
om hieraan invulling te geven liggen in het vaststellen van een
visie, het uitwerken van een werkwijze en het bijsturen op
basis van resultaten.
De volgende drie aspecten moeten hierbij worden betrokken.
Ten eerste moeten zorgkantoren nagaan of de gemaakte
afspraken worden nagekomen om te kunnen bijsturen.
Ten tweede moeten zorgkantoren toezien op de bedrijfs-
continuïteit van de thuiszorginstellingen om problemen bij
thuiszorginstellingen vroegtijdig te signaleren.
Ten derde moeten zorgkantoren de rechtmatige besteding van
de AWBZ-middelen door zorgaanbieders beoordelen.
In de volgende paragrafen komen deze aspecten aan de orde.
Bovendien worden in dit hoofdstuk tevens de problemen van
zorgkantoren bij het monitoren benoemd. Hieraan is expliciet
aandacht geschonken, omdat beleidsmakers zich momenteel
richten op het vormgeven van instrumenten hiervoor en omdat
deze fase van het onderhandelingsproces door het CTZ als een
essentieel sluitstuk wordt gezien15.
5.b. Visie monitorfunctie
Alle zorgkantoren beschouwen de monitorfunctie als een
integraal deel van hun takenpakket.
De opvatting van zorgkantoren over de betekenis van de
monitorfunctie als onderdeel van de toezichthoudende taak is
verdeeld.
Alle zorgkantoren omschrijven hun monitortaak als financieel.
De aandacht gaat hierbij specifiek uit naar de realisatie tussen
productieafspraken en de voortgang in de bestedings-
projecten.
15 Het CTZ heeft in het rapport 'Relatie thuiszorginstelling zorgkantoor' te kennen gegeven dat
het de activiteiten van de zorgkantoren op dit punt betrekt in zijn oordeelsvorming over het
functioneren van de zorgkantoren.
31

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Een minderheid van de zorgkantoren beschouwt ook het
monitoren van ontwikkelingen bij zorgaanbieders op het
gebied van zorginhoud, kwaliteit van de zorg, bedrijfsvoering
en de rechtmatige besteding van AWBZ-middelen als onderdeel
van deze taak. Met name over de rechtmatige besteding van
de AWBZ-middelen door de thuiszorginstellingen bestaat bij
hen onduidelijkheid.
Zorgkantoren hebben de invulling van de monitorfunctie
nauwelijks in beleidsdocumenten vastgelegd.
5.c. Werkwijze monitoring
Beleidsregels CTG
Alle zorgkantoren volgen voor het monitoren de procedures
van het CTG. De beleidsregels van het CTG bepalen onder
meer de wijze waarop de (door beide partijen goedgekeurde)
onderhandelingsresultaten moeten worden vastgelegd en de
wijze waarop de nacalculatieformulieren moeten worden
ingevuld.
Planmatige aanpak Een kleine meerderheid van de zorgkantoren werkt in 2003 bij
het monitoren van de thuiszorginstellingen op basis van een
planmatige aanpak, hetzij voor alle aspecten (volume, prijs,
kwaliteit, bestedingsmiddelen en bedrijfscontinuïteit), hetzij
voor enkele deelaspecten.
Ad hoc-aanpak
Alle zorgkantoren geven ook op ad hoc basis invulling aan de
monitorfunctie. Dit betekent dat zorgkantoren aan de hand
van actuele problemen of specifieke onderwerpen hun
werkzaamheden invullen.
Onderwerpen
Zorgkantoren monitoren (al dan niet planmatig) de volgende
onderwerpen:
Ø productieafspraken: verzamelen, beoordelen en bespreken
van kwantitatieve gegeven zoals wachtlijstgegevens en
overzichten met gerealiseerde productie;
Ø kwaliteit zorgverlening: verzamelen, doornemen en
bespreken van kwaliteitsjaarverslagen, klachtenregistraties,
klanttevredenheidsonderzoeken, vragenlijsten kwaliteit en
resultaten materiële controle.
32

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Deze activiteiten zijn veelal niet gerelateerd aan het
inkoopproces 16;
Ø bestedingsmiddelen: verzamelen, doornemen, beoordelen
en bespreken van inhoudelijke en financiële
verantwoording van projecten;
Ø bedrijfscontinuïteit: verzamelen, doornemen en bespreken
van jaarrekeningen, signalen uit het veld en eventueel
aanwezige managementletters, benchmarkgegevens en
jaarrekeningen van gelieerde entiteiten.
De beoordeling van de rechtmatige besteding van AWBZ-
middelen vindt plaats op basis van doornemen en beoordelen
van de jaarrekeningen van de thuiszorginstellingen en soms
van gelieerde entiteiten. Zorgkantoren vertrouwen hierbij op
de verklaring van de externe accountant bij jaarrekening van
de thuiszorginstelling. Opmerkelijk is ook dat, op een enkele
uitzondering na, aan prijsaspecten (met name vanwege de
maximumtarieven) heel weinig aandacht wordt besteed.
Instrumenten
Enkele zorgkantoren hebben, voor het structuren van hun
werkzaamheden voor de bewaking van de realisatie van de
gemaakte afspraken, instrumenten ontwikkeld.
Enkele voorbeelden hiervan zijn:
Ø zelf ontwikkeld controleprotocol met specifieke aandachts-
punten voor het nacalculatietraject;
Ø eigen vragenlijst bij het monitoren van de kwaliteit van de
zorgverlening;
Ø zelf ontwikkelde formats om de realisatie van de
bestedingsmiddelen te bewaken;
Ø eigen systeem om de continuïteit van de bedrijfsvoering
van de thuiszorginstelling te bewaken. Sommige zorg-
kantoren maken daarbij gebruik van het in 2002 door ZN in
samenwerking met zorgkantoren ontwikkelde - early
warning system (EWS)17.
16 Twee zorgkantoren hebben aangegeven dat zij de rol van de zorgkantoren met name ten
aanzien van kwaliteit onduidelijk vindt.
17 Het EWS is gericht op het tijdig opsporen, analyseren, bespreekbaar maken en beïnvloeden van
mogelijke problemen in het bestuurlijk en het bedrijfsmatig functioneren van de zorginstellingen.
Het betreft een aantal indicatoren en een beslisboom, zodat niet van iedere zorginstelling een
even uitgebreide monitor behoeft te worden bijgehouden.
33

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
5.d. Problemen monitoring
Bij het monitoren van de (productie)afspraken, het toezien op
de bedrijfscontinuïteit van de thuiszorginstellingen en het
monitoren van de rechtmatigheid van de besteding van AWBZ-
middelen hebben zorgkantoren te maken met verschillende
problemen.
Verkrijgen van
Vijf zorgkantoren hebben aangegeven problemen te hebben
informatie
met het verkrijgen van informatie over zorglevering,
benchmarkgegevens en managementinformatie.
De relatie tussen het verstrekken van (bedrijfsgevoelige)
informatie en het onderhandelen met diezelfde partij over
onder meer de prijs speelt hierbij in belangrijke mate mee.
In een gemoderniseerde AWBZ, waarbij marktwerking het
uitgangspunt vormt en zorgkantoren scherp moeten inkopen,
past het niet dat thuiszorginstellingen bedrijfsgevoelige
informatie aan derden (de inkoper) ter beschikking stellen.
De thuiszorginstellingen zijn van mening dat de bedrijfs-
voering grotendeels overgelaten moeten worden aan henzelf.
Het zorgkantoor mag volgens hen niet op de stoel van het
management van de thuiszorginstellingen gaan zitten18.
Inzicht in besteding In het algemeen is het voor zorgkantoren niet helder wat en
AWBZ-middelen
hoe zij precies de rechtmatigheid van de aanwending van
AWBZ-middelen door thuiszorginstellingen moeten
beoordelen.
Hierbij zijn de volgende aspecten van belang:
Ø de meeste zorgkantoren hebben weinig inzicht in de
rechtmatigheid van de besteding van de AWBZ-middelen
door de thuiszorginstellingen. Gebrek aan informatie van
de thuiszorginstellingen ligt daaraan ten grondslag.
Zorgkantoren geven aan onder andere problemen te
hebben met het verkrijgen van de managementletter en de
kostenverdeelstaten. Thuiszorginstellingen zijn uit
concurrentieoverwegingen niet in alle gevallen bereid deze
bedrijfsgevoelige informatie te verschaffen.
18 Eén thuiszorginstelling heeft aangegeven dat de politiek een duidelijke keuze moet maken:
marktwerking of terugkeer naar de oude situatie waarbij zorgkantoor en thuiszorginstelling
gezamenlijk optreden.
34

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Ø enkele zorgkantoren geven aan dat ze niet over de
financiële middelen en/of deskundigheid beschikken om
deze taak adequaat uit te kunnen voeren19. Meerdere zorg-
kantoren stellen dat de (rechtmatige) besteding van de
AWBZ-middelen primair de verantwoordelijkheid is van de
thuiszorginstelling en dat de op vertrouwen gebaseerde
samenwerking geen aanleiding geeft te twijfelen aan de
verklaring van de thuiszorginstellingen.
5.e. Bijsturing
Acties
Alle zorgkantoren betrekken uitkomsten van het monitoren bij
het overleg met de thuiszorginstelling.
De uitkomsten betreffen veelal afwijkingen van volume-
aantallen en bedragen genoemd in bijvoorbeeld projecten,
klachten van cliënten, vertragingen in projecten en bedrijfs-
voering die is veranderd of anders is in vergelijking met
andere instellingen. Resultaten kunnen zowel betrekking
hebben op volume en kwaliteit van thuiszorgproducten als op
bestedingsmiddelen.
Vier zorgkantoren geven aan dat zij de thuiszorginstelling
rappelleren als specifiek opgevraagde informatie niet van de
thuiszorginstelling wordt ontvangen.
Twee zorgkantoren geven aan dat zij de Raad van Toezicht van
de thuiszorginstelling informeren als de uitkomsten van het
monitoren daartoe aanleiding geven.
Eén zorgkantoor heeft bij een verschil van mening over de
nacalculatie het CTG betrokken om de betreffende thuiszorg-
instelling te laten meewerken.
Instrumenten
Eén zorgkantoor heeft aangegeven dat het, als uit de monitor-
gegevens blijkt dat de thuiszorginstelling in continuïteits-
problemen dreigt te komen, niet voldoende instrumenten
heeft om de continuïteit van de zorgverlening te garanderen.
19 Uit de onderzoeksgegevens komt naar voren dat zorgkantoren wel bezig zijn hun organisatie op
te bouwen. Meerdere zorgkantoren hebben de afgelopen (twee) jaren nieuw (hoger opgeleid)
personeel aangenomen.
35

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Bezwaar
Een ander zorgkantoor ziet geen heil in het EWS: het systeem
zou teveel gegevens en kengetallen bevatten die gericht zijn
op het monitoren van processen in het bedrijfsleven.
Daardoor is dit systeem minder geschikt voor het monitoren
van de processen in de zorg. Eigen waarneming door het
zorgkantoor, via veelvuldig contact met de thuiszorg-
instellingen, is een beter instrument om de bedrijfsvoering van
een instelling te volgen. Bij signalen van mismanagement moet
het zorgkantoor dat signaal kenbaar maken aan de Raad van
Toezicht van de instelling. Het is diens verantwoordelijkheid
eventuele maatregelen te treffen.
Ook enkele thuiszorginstellingen zien een EWS niet zitten.
Enerzijds zou de informatie die gevraagd wordt van thuiszorg-
instellingen hun onderhandelingspositie te veel verzwakken.
Anderzijds kan het zorgkantoor op basis van bestaande
contacten eventueel mismanagement al vroegtijdig signaleren.
Het zorgkantoor moet - vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid
- dit vermoeden bij het bestuur van de thuiszorginstelling
aanhangig maken.
5.f. Conclusie
Over de reikwijdte van de monitorfunctie, als onderdeel van de
toezichthoudende taak van zorgkantoren, bestaat
onduidelijkheid. Dit geldt met name het beoordelen van de
bedrijfscontinuïteit van instellingen en de rechtmatigheid van
de bestede AWBZ-middelen.
Werkwijze
De meeste aandacht gaat uit naar de naleving van de
afspraken over het volume van thuiszorgproducten en over de
bestedingsmiddelen.
De controlefunctie voor de naleving van de gemaakte
afspraken zoals deze is vormgegeven door het CTG wordt
door alle zorgkantoren uitgevoerd. Daarnaast wordt deze
controle voor het volume aan thuiszorgproducten ook vanuit
eigen geïmplementeerde systemen in de organisatie al dan
niet planmatig uitgevoerd. Dit geldt in mindere mate voor de
controle op de bestedingsmiddelen.
36

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Doordat zorgkantoren in het algemeen uitgaan van de
maximumtarieven en geen specifieke kwaliteitsafspraken voor
thuiszorgproducten hebben gemaakt, is monitoring ook niet
aan de orde. Voor de kwaliteit van de zorg voeren sommige
zorgkantoren wel monitoractiviteiten uit, maar deze zijn veelal
niet gerelateerd aan het inkoopproces.
De toezichtsfunctie ten aanzien van de bedrijfscontinuïteit
betreft het volgen van de instellingen. De meeste
zorgkantoren volgen bedrijfsmatige ontwikkelingen bij de
thuiszorginstellingen al dan niet planmatig.
De meeste zorgkantoren hebben beperkt inzicht in de recht-
matigheid van de besteding van de AWBZ-middelen door
thuiszorginstellingen. Thuiszorginstellingen zijn bijvoorbeeld
niet bereid bedrijfsgevoelige informatie te verstrekken, omdat
het zorgkantoor deze informatie ook kan gebruiken bij latere
onderhandelingen.
Bijsturen
Het bijsturen van de afspraken als ook het reageren op
signalen van bedrijfsdiscontinuïteit en onrechtmatige
besteding van AWBZ-middelen, vindt beperkt plaats. Voor
zover van toepassing betrekken zorgkantoren de resultaten
van het monitoren bij het overleg met de thuiszorginstelling.
Veel verder gaat het bij de meeste zorgkantoren niet.
Problemen
De problemen bij de controle op de bedrijfscontinuïteit van de
instellingen en de rechtmatigheid van de besteding van AWBZ-
middelen betreffen onduidelijkheid over de reikwijdte van de
monitorrol, de te gebruiken instrumenten en het gebruik van
informatie.
37

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
38

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
6. Conclusie en aanbevelingen
6.a. Conclusies
Om te beoordelen op welke wijze zorgkantoren handen en
voeten geven aan de onderhandelingen bij het inkopen van
thuiszorg zijn de volgende onderzoeksvragen behandeld:
1. Welke relatie bestaat er tussen zorgkantoren en thuiszorg-
instellingen?
2. Op welke wijze hebben zorgkantoren de onderhandelingen
voorbereid?
3. Op welke wijze hebben zorgkantoren de onderhandelingen
georganiseerd?
4. Op welke wijze gaan zorgkantoren de naleving van de
gemaakte afspraken na en waartoe heeft dit geleid?
In de volgende paragrafen zijn allereerst per onderzoeksvraag
de conclusies weergegeven. De conclusies zijn gerelateerd aan
de gestelde eisen zoals beschreven in het beoordelingskader
en aan de fase van de modernisering AWBZ waarin zorg-
kantoren zich bevinden. Vervolgens is ingegaan op de
vooruitgang die zorgkantoren hebben geboekt ten opzichte
van de bevindingen uit het vorige CTZ-onderzoek.
6.a.1. Relatie zorgkantoor - thuiszorginstelling
De relatie tussen zorgkantoor en thuiszorginstelling is te
beschrijven als een, in de reeks van jaren opgebouwde,
vertrouwensrelatie. De relatie wordt nog niet gekenmerkt door
competitie tussen de thuiszorginstellingen om de diversiteit in
het zorgaanbod op het vlak van prijs en kwaliteit én
kostenbeheersing te bewerkstelligen.
De meeste zorgkantoren zijn nog afhankelijk van de thuiszorg-
instellingen, omdat er bijvoorbeeld überhaupt nog te weinig
zorgaanbod is, thuiszorginstellingen een monopoliepositie
hebben, het zorgkantoor nog over onvoldoende informatie
beschikt en de contracteerplicht nog steeds bestaat.
Enkele zorgkantoren geven echter wel aan meer gebruik te
willen gaan maken van competitie tussen zorgaanbieders.
39

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Dit willen zij vormgeven naast behoud van de opgebouwde
vertrouwensrelatie.
6.a.2. Voorbereiding onderhandelingen
Een meerderheid van de zorgkantoren heeft de wijze van
voorbereiden van de onderhandelingen niet uitgevoerd zoals
verwacht mag worden. Hierdoor zijn deze zorgkantoren
beperkt in staat de onderhandelingen gericht te sturen.
Zorgkantoren besteden amper aandacht aan het ontwikkelen
van toetsbare doelstellingen voor het inkopen van thuiszorg.
Daarnaast zijn er maar enkele zorgkantoren die uitgangs-
punten hebben opgesteld voor het inkopen van thuiszorg. Wel
gebruiken alle zorgkantoren het CTG-stramien om te komen
tot productieafspraken.
Bij het verzamelen en verwerken van informatie richten zorg-
kantoren zich met name op het productievolume. Inzicht in de
wachtlijsten is hierbij van groot belang geweest. Aan aspecten
als prijs en kwaliteit van de thuiszorgproducten wordt door de
meeste zorgkantoren nauwelijks aandacht besteed.
De meerderheid van de zorgkantoren vraagt informatie op
over de projecten die gefinancierd worden uit bestedings-
middelen, maar deze worden door de meeste zorgkantoren
niet systematisch verwerkt.
Het verzamelen en verwerken van informatie over eventuele
financiële problemen van thuiszorginstellingen komen alleen
aan de orde als signalen hiertoe aanleiding geven.
Bij het voorbereiden van de onderhandelingen richten
zorgkantoren zich niet primair op het beheersen van de
kosten, maar op het voorzien in voldoende zorg. Op dit
moment beschikken zorgkantoren over veel informatie over
het benodigde zorgvolume en kunnen zorgkantoren zich meer
gaan richten op kostenbeheersing.
6.a.3. Onderhandelingen
Zorgkantoren hebben niet over alle onderwerpen (volume,
prijs en kwaliteit van thuiszorgproducten en de bestedings-
middelen) onderhandeld.
40

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Alle zorgkantoren onderhandelen wel over het in te kopen
productievolume en een meerderheid van de zorgkantoren
onderhandelt ook over de invulling van bestedingsprojecten.
De zorgkantoren, een enkel zorgkantoor daargelaten, geven
geen invulling aan de onderhandelingen over prijs en de
kwaliteit van thuiszorgproducten.
De onderhandelingen komen niet tot stand door vergelijking
van aanbiedingen van verschillende instellingen en het
daarmee willen behalen van doelmatigheidswinst in de zin van
een hogere (of meer diversiteit in de) kwaliteit van zorg of een
lagere prijs, maar op basis van individuele beoordeling van
voorstellen van de thuiszorginstelling. Deze manier van
onderhandelen sluit aan op de conclusie dat de relatie zorg-
kantoor en thuiszorginstelling is gebaseerd op vertrouwen en
dat er amper gebruik gemaakt wordt van marktwerking. Wel
proberen de meeste zorgkantoren alleen de noodzakelijke
zorg in te kopen en gaan zij daarom niet direct akkoord met
de maximale (financiële) mogelijkheden.
Zorgkantoren stellen zich bij (het voorbereiden van) de
onderhandelingen doorgaans reactief op, de eerste voorstellen
komen van de thuiszorginstellingen en zorgkantoren reageren
veelal pas naar aanleiding van lokale problemen en wensen in
de regio.
6.a.4. Naleving afspraken
Zorgkantoren vinden de toezichthoudende functie voor de
naleving van de afspraken over volume van de thuiszorg-
producten en de bestedingsmiddelen, de bedrijfscontinuïteit
van de thuiszorginstellingen en de rechtmatigheid van de
besteding van AWBZ-middelen van belang, maar geven slechts
gedeeltelijk invulling aan deze toezichthoudende taken.
Hierdoor zijn zorgkantoren niet altijd in staat de nakoming van
de afspraken te beoordelen en - indien nodig bij te sturen.
Vanwege de maximumtarieven maken zorgkantoren amper
afwijkende prijsafspraken, monitoring van prijsafspraken is
daardoor ook niet aan de orde.
41

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Dezelfde uitkomst geldt voor de kwaliteit van de thuiszorg-
producten, omdat ook hierover geen concrete afspraken
worden gemaakt. Wel voeren sommige zorgkantoren
activiteiten uit om de kwaliteit van thuiszorg te monitoren,
maar deze zijn niet gerelateerd aan het inkoopproces.
De meeste zorgkantoren volgen op ad hoc basis de bedrijfs-
continuïteit van thuiszorginstellingen. Zorgkantoren
beschikken daarvoor niet over voldoende informatie.
Thuiszorginstellingen zijn niet zo scheutig met het
verstrekken van (vertrouwelijke) informatie, vanwege
mogelijke competitie tussen thuiszorgaanbieders.
Om dezelfde reden hebben de meeste zorgkantoren maar
beperkt inzicht in de rechtmatigheid van de besteding van de
AWBZ-middelen door thuiszorginstellingen.
6.a.5. Situatie 2003 versus 2000 en modernisering AWBZ
Om verandering in de opstelling van zorgkantoren in het
onderhandelingsproces te kunnen vaststellen zijn de
resultaten van het vorige onderzoek vergeleken met de
resultaten van dit vervolgonderzoek. Vervolgens is hier ook
ingegaan op verwachtingen die gesteld zijn binnen de
modernisering van de AWBZ (specifiek: Convenant inzake
taken en beheerskosten zorgkantoren, d.d. 19 maart 2003).
In de onderstaande tabel is dit weergegeven.
Situatie 2000
Situatie 2003
Convenant
Voorbereiding
Geen specifieke
Geen specifieke
In 2004 een
doelstellingen
doelstellingen
contracteerbeleid
geformuleerd
geformuleerd (wel
meer informatie
over wachtlijsten)
Onderhandeling
Alleen productie-
Onderhandelingen
In 2004 ook
afspraken
over volume-
concrete kwaliteits-
aspecten verbeterd
afspraken
(incl. bestedings-
middelen);
vrijwel geen onder-
handelingen over
prijs en kwaliteit
Naleving
Geen controle op
Beperkte invulling
In 2004 eisen over
naleving afspraken
van monitorrol
transparantie
42

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Doelstellingen
Zowel in dit onderzoek als in het vorige onderzoek is
zorginkoop
geconstateerd dat zorgkantoren geen specifieke (beleids-)
doelstellingen voor thuiszorg hebben geformuleerd. Dit is voor
2003 ook niet als eis opgenomen in het convenant.
Het convenant stelt voor 2003 dat zorgkantoren op basis van
wachtlijsten, aanvullend demografische onderzoek en op basis
van andere reeds ter beschikking staande bronnen de aard en
omvang van de zorgvraag in beeld moeten hebben. Tevens
moeten zij de aard, omvang en spreiding van het zorgaanbod
in kaart brengen. Hieraan besteden zorgkantoren momenteel
in het algemeen voldoende aandacht.
Zorgkantoren moeten overeenkomstig het convenant in het
jaarplan 2004 het contracteerbeleid formuleren en publiceren.
Om hieraan te voldoen moeten zij ook toetsbare doelstellingen
formuleren.
Onderhandelings-
De onderzoeksresultaten tonen aan dat zorgkantoren de
proces over volume goede weg zijn ingeslagen.
en bestedings-
Hoewel geen grote stappen zijn gezet, verzamelen en
middelen
verwerken zorgkantoren informatie over het in te kopen
productievolume en onderhandelen zorgkantoren daarover nu
beter. Dit wordt verklaard door beter inzicht in de wachtlijsten
en wellicht ook de mogelijkheid om bij meerdere zorg-
aanbieders thuiszorg in te kunnen kopen.
Ook het tegengestelde belang van zorgkantoor en
thuiszorginstelling (alleen inkopen van noodzakelijke zorg
versus besteding van alle beschikbare middelen en de wijze
waarop de bestedingsmiddelen moeten worden ingezet) speelt
hierbij een rol.
Hierdoor kunnen zorgkantoren meer dan in 2000 waarborgen
dat voldoende thuiszorg wordt ingekocht.
Ook de ruimte om 11,2% van het budget te besteden aan
zorgvernieuwingsprojecten (de zogenaamde bestedings-
middelen) geeft een positieve impuls aan het onderhandelings-
proces.
43

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Onderhandelings-
Voor wat betreft de aspecten prijs en kwaliteit van de
proces over prijs en thuiszorgproducten is het beeld over het verzamelen en
kwaliteit
verwerken van informatie en de onderhandelingen hierover
vrijwel identiek aan de bevindingen uit het vorige onderzoek.
In het licht van de modernisering van de AWBZ hoeven
zorgkantoren in 2003 nog geen concrete afspraken te maken
over de kwaliteit van de thuiszorgproducten.
Dit moet volgens de afspraken in het convenant in 2004
gebeuren. Op basis van de gegevens van dit onderzoek is
duidelijk dat zorgkantoren momenteel hieraan nog geen
invulling aangeven.
Eén zorgkantoor laat zien dat ook in de huidige bekostigings-
systematiek prijs onderwerp van onderhandeling kan zijn.
Vastleggen van
Uit het vorige onderzoek kwam naar voren dat zorgkantoren
afspraken
de onderhandelingsresultaten maar beperkt vastleggen in
individuele overeenkomsten of addenda. Dat is nog steeds zo.
Dit betekent dat zorgkantoren om in 2004 te voldoen aan de
eis concrete afspraken te maken over de kwaliteit van zorg
nog veel werk moeten verzetten.
Monitoren
Zorgkantoren zijn actief bij het volgen van de realisatie van het
afgesproken productievolume en de over de bestedings-
middelen gemaakte afspraken. Dit komt mede doordat deze
deel uitmaken van de CTG-systematiek.
In 2004 moeten zorgkantoren in hun contracteerbeleid echter
eisen stellen aan zorgaanbieders over transparantie van de
besteding van de middelen en de bedrijfscontinuïteit.
Hiervoor moeten zorgkantoren een systematiek hebben
geïmplementeerd.
Op basis van de gegevens van dit onderzoek, moet een
meerderheid van de zorgkantoren hier nog invulling aangeven.
Uit het onderzoek is niet gebleken dat er verschil bestaat
tussen zorgkantoren die ook bij het vorige onderzoek waren
betrokken en zorgkantoren die alleen bij dit onderzoek zijn
betrokken.
44

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
6.b. Aanbevelingen
Signalering:
Bij de modernisering van de AWBZ is marktwerking een
marktwerking
belangrijk instrument om ervoor te zorgen dat instellingen
zich richten op het verbeteren van de kwaliteit van zorg, de
diversiteit van het zorgaanbod en kostenbeheersing.
In de huidige omstandigheden werkt het instrument markt-
werking niet zo als bedoeld. Noodzakelijke voorwaarden
hiervoor ontbreken nog.
Om dit instrument wel te kunnen gebruiken moet ondermeer
aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
beschikbaarheid voldoende zorgaanbieders, doorbreken sterke
positie zorgaanbieders en rechtstreekse onderhandelingen
met landelijk werkende thuiszorginstellingen mogelijk maken.
Invoering van een nieuwe bekostigingssystematiek in de AWBZ
(de functiegerichte bekostiging) biedt mogelijkheden om te
komen tot onderhandelingen. Een voorwaarde hierbij is dat het
nieuwe systeem moet leiden tot reëel onderhandelbare
tarieven.
Het CTZ vraagt het Ministerie van VWS aandacht te schenken
aan de volgende zaken:
1.
zorgkantoren vervullen diverse rollen waaronder die van
zorginkoper en controleur. Deze rollen kunnen elkaar in
de weg staan, bijvoorbeeld bij monitoring, omdat
zorgaanbieders terughoudend zijn bij het verstrekken van
bedrijfsgevoelige informatie aan de zorginkoper.
Zorgkantoren zijn gebaat bij meer duidelijkheid over
welke rol VWS het belangrijkste vindt: zorginkoper of
controleur;
2.
eventuele bezwaren van de Nederlandse Mededingings-
autoriteit (NMa) tegen verdeling van de markt en vorming
van machtsblokken door het samenbrengen van meerdere
zorgaanbieders in één conglomeraat;
3.
de problematiek van het contracteren van landelijk
werkende thuiszorginstellingen.
Aanbeveling 1:
In het huidige financieringssysteem hebben zorgkantoren
prikkels
geen financiële prikkels om zuinig te zijn.
45

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Het CTZ beveelt het Ministerie van VWS aan - rekening
houdend met het publieke karakter van de AWBZ - de
mogelijkheden te onderzoeken prikkels voor zorgkantoren in
te bouwen om kostenbeheersing te stimuleren. Dit zou
bijvoorbeeld kunnen door besparingen, die zijn verkregen
door het contracteren van een lager tarief dan het
maximumtarief, niet bij voorbaat te laten terugvloeien in het
Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
Aanbeveling 2:
Zorgkantoren moeten een cultuuromslag maken.
cultuuromslag
Zorgkantoren baseren de samenwerking met de zorg-
aanbieders met name op de opgebouwde vertrouwensrelatie.
Het CTZ heeft daar geen bezwaar tegen, mits zorgkantoren
zich ook zakelijk opstellen. Dit betekent dat zorgkantoren
optimaal gebruik moeten maken van de bestaande
mogelijkheden, zoals concurrentie tussen zorgaanbieders en
het inschakelen van nieuwe thuiszorgaanbieders. Ook moeten
zorgkantoren hun macht als grootafnemer ten volle benutten.
Het feit dat zorgkantoren financieel geen aantoonbaar belang
hebben bij de onderhandelingen mag daarbij geen beletsel
zijn.
Aanbeveling 3:
Zorgkantoren moeten het convenant naleven.
convenant
Om de in het convenant genoemde doelen 2004 te halen
moeten zorgkantoren meer expliciet beleidsmatige inhoud
geven aan de voor thuiszorg te bereiken toetsbare
doelstellingen (volume, prijs en kwaliteit).
Ook moeten zorgkantoren extra aandacht besteden aan het
resultaatgericht onderhandelen met de thuiszorgaanbieders en
het vastleggen van concrete afspraken met zorgaanbieders,
zodat naleving daarvan beter kan worden gewaarborgd.
Daarnaast moeten zorgkantoren om in 2004 in hun
contracteerbeleid rekening te kunnen houden met
transparantie van de besteding van de AWBZ-middelen en de
bedrijfscontinuïteit een (early warning) systeem hebben
geïmplementeerd.
46

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Om de in het convenant gestelde doelen tijdig te kunnen
realiseren, moeten zorgkantoren op korte termijn een
sturings/beheersmodel op orde hebben (hanteren van een
zogenoemde planning en controlcyclus). Het CTZ dringt er bij
de zorgkantoren op aan hiermee haast te maken.
Het CTZ zal de betreffende werkwijzen en uitvoering van
activiteiten van zorgkantoren blijven volgen en betrekken bij
de trendmatige doelmatigheidsonderzoeken.
Ten slotte
Geconstateerd is dat er nog onduidelijkheid bestaat over de
reikwijdte van de rol van zorgkantoren bij het monitoren van
de bedrijfsvoering van instellingen en de rechtmatige
besteding van AWBZ-middelen. Hierover moet op korte termijn
duidelijkheid komen.
Het CTZ besteedt in het rapport 'Rechtmatigheid en
bedrijfsrisico's thuiszorginstellingen' specifieke aandacht aan
de problematiek rondom de controle op de besteding van de
AWBZ-middelen en de bedrijfsvoering van zorgaanbieders.
College van toezicht op de zorgverzekeringen
Prof. dr. W. van Voorden
dr. M.E. Homan
Voorzitter
Algemeen Directeur
47

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Bijlage 1: Activiteiten en functies onderhandelingsproces
Tabel 1: Pre-onderhandelingsfase
Gewenste voorbereidingsaspecten/activiteiten
In functie van
Op orde zijn van de zorgkantoororganisatie:
Het in voldoende mate kunnen uitvoeren
· Voldoende fte;
van de zorginkooptaak.
· Financiële en zorginhoudelijke kennis bij
medewerkers.
Het bezitten van een beleidsvisie voor het inkopen Het kunnen aansluiten op het beleid van de
van AWBZ-zorg (eventueel specifiek voor
overheid. Het kunnen bepalen bij wie, wat
thuiszorg) en een contracteerbeleid.
en waar moet worden ingekocht.
Het bezitten van een doelstelling voor de
Het kunnen weten over welke informatie
gewenste zorgvraag, het gewenste in te kopen
het zorgkantoor moet beschikken én het
zorgvolume en de gewenste bekostiging.
kunnen verzamelen en bewerken van die
informatie.
Het hebben van een uitgewerkte onderhandelings- Het kunnen plannen en sturen van de
procedure, uitgangspunten en voorwaarden.
onderhandelingen.
Het verzamelen en verwerken van informatie over
Het kunnen sturen van de
de zorgvraag, zorgaanbod, kwaliteit van de
onderhandelingen richting het gewenste
zorgproducten en zorgverlening, de bekostiging
resultaat.
van de zorgproducten en/of zorgverlening.
Tabel 2: Onderhandelingsfase
Gewenste onderhandelings-
In functie van
aspecten/activiteiten
Inzet onderhandelingen:
Het kunnen sturen van de onderhandelingen
· Aanleiding van overleg: sturen op basis
richting de door het zorgkantoor opgestelde
van doelstellingen;
doelstellingen.
· Bepalen van te bespreken onderwerpen
(volume, prijs en kwaliteit van te leveren
thuiszorg): sturen op basis van te
bespreken onderwerpen.
Onderhandelingen uitvoeren:
Het kunnen ondernemen van acties om de
· 1e voorstel: sturen door initiatief te nemen onderhandelingen te sturen.
en de toon te zetten;
· Reactie zorgkantoor op wensen thuiszorg-
instellingen: sturen via van het aangeven
van eisen of gewenste veranderingen.
Bereiken van resultaten:
Door het monitoren van afspraken kunnen
· Aanpassen van voorstellen;
sturen.
· Geformaliseerde afspraken voor tijdige,
kwalitatief goede en doelmatige zorg.
1

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
2

Thematisch onderzoek
Inkoopproces thuiszorg
Tabel 3: Pre-onderhandelingsfase
Gewenste monitoraspecten/activiteiten
In functie van
Volgen van de bedrijfscontinuïteit van thuiszorg- Het kunnen garanderen van zorgverlening.
instellingen.
Volgen van de rechtmatigheid van de
Het kunnen garanderen van een rechtmatige
bestedingen door de thuiszorginstellingen.
besteding van AWBZ-middelen.
Het hebben van een structurele werkwijze voor
Het kunnen plannen en sturen van de
het monitoren.
gewenste activiteiten bij het monitoren.
Het hebben van een werkwijze om resultaten ten Het inzicht krijgen in resultaten die
opzichte van de gemaakte afspraken te
bijgestuurd moeten worden.
evalueren.
Het ondernemen van actie naar aanleiding van
Het kunnen bijsturen van resultaten naar het
evaluatie indien het gewenste resultaat niet is
gewenste door het inzetten van activiteiten
bereikt.
of het veranderen van beleid.
CTZ/23076921
3